Redactiestatuut

1. Doel van het statuut

Dit programmastatuut heeft tot doel de onafhankelijkheid van de redactie van vzw België-Nederland Media Groep (vanaf nu vzw BNMG of de organisatie te noemen) en dienst producten, te waarborgen bij het uitoefenen van haar journalistieke taak. Het regelt voorts de rechten en plichten van de medewerkers in relatie tot de journalistieke functie van de organisatie.

2. Bij het statuut betrokken partijen

Aan dit programmastatuut zijn gebonden:
A. Degenen die blijkens schriftelijke arbeidsovereenkomst deel uitmaken van de redacties op diverse platformen van vzw BNMG, ongeacht de aard en de duur van het dienstverband/vrijwilligersovereenkomst.
B. De hoofdredactie van de organisatie
C. De directie van de organisatie
D. Het bestuur van de organisatie

3. Begripsbepaling

3.1. Redactie
Tot de redactie behoren degenen die blijkens een schriftelijke arbeidsovereenkomst – ongeacht de aard en de duur van het dienstverband/vrijwilligersovereenkomst – als journalist door de organisatie zijn aangesteld en/ of anderszins onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren. Zij worden benoemd en ontslagen door de directie, op voordracht van de hoofdredactie.
3.2. Hoofdredactie
De hoofdredactie wordt gevormd door de hoofdredacteur. Hij/ zij is verantwoordelijk voor de inhoud en de vorm van de programma’s op welk medium dan ook – de reclameboodschappen uitgezonderd -, ongeacht of daadwerkelijke uitzending heeft plaatsgevonden. Hij/zij heeft de leiding over de redactie. De hoofdredacteur maakt deel uit van de redactie. De hoofdredactie ziet er op toe dat in de berichtgeving de vereiste journalistieke zorgvuldigheid wordt betracht, in overeenstemming met de uitgangspunten als verwoord in artikel 4 van dit statuut, en dat openbaarmaking van programma’s of onderdelen daarvan niet in strijd zijn met de wet.
3.3 Directie
Aan de directie van de organisatie is de verantwoordelijkheid voor het zakelijk beleid toegekend. Zij is verantwoordelijk voor de inhoud van de reclame-uitzendingen (reclameboodschappen). Bestuur: Het bestuur van de organisatie is belast met het toezicht op de directie en hoofdredacteur.
3.4 Nieuwsbulletins
Tot de nieuwsbulletins worden gerekend de programma’s, of delen van
programma’s, die primair bedoeld zijn te informeren over actuele gebeurtenissen, ontwikkelingen en achtergronden bij die actualiteit.
3.5 Overige programma’s
Tot de overige programma’s worden de programma’s gerekend die niet primair gekoppeld zijn of behoeven te zijn aan actuele gebeurtenissen en die veelal een onderhoudend informatief karakter hebben.
3.6 Gesponsorde programma’s
Deze programma’s of onderdelen van programma’s komen tot stand door
medefinanciering en /of zakelijke ondersteuning door derden, zonder afbreuk te doen aan het bepaalde onder artikel 5 van dit statuut.
3.7 Reclameboodschappen
Reclameboodschappen zijn alle uitingen van bedrijven en /of instellingen – al dan niet betaald – die erop zijn gericht het publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruikt maken van een bepaalde dienstverlening.

4. Doelstelling en identiteit

4.1
De activiteiten van de vzw BNMG onderscheiden zich van nationale publieke danwel private organisaties doordat zijn programma’s op diverse platforms in het bijzonder betrekking hebben op een bepaalde regio en de inhoud van de programma’s cultureel en maatschappelijk van betekenis zijn voor de volgers en bezoekers van de platforms in die regio. De organisatiewil zo veelzijdig mogelijk informatie verschaffen op een breed terrein.
4.2
De vzw BNMG opereert als private organisatie (Vereniging Zonder Winstoogmerk) als in de Belgische wet beschreven. Zij stelt zich ten doel radio/ televisie/ internet-programma’s te maken en uit te zenden in overeenstemming met de bepaling van de Wet om daardoor de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling in het uitzendgebied te bevorderen en de geestelijke, economische, culturele, educatieve en recreatieve activiteiten in genoemde regio te intensiveren. Daarbij staat het geven van informatie in de ruimste zin voorop.

5. Journalistieke onafhankelijkheid

5.1
De redactie oefent de haar opgedragen programmatische journalistieke taken uit zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van buitenaf, noch van binnenuit, ander dan op de wijze zoals in dit statuut geregeld.
5.2
De redactie heeft geen binding met enige politieke of levensbeschouwelijke groepering of met belangengroepen.
5.3
De redactie hecht aan fundamentele waarden en grondrechten, als de vrijheid van meningsuiting, het handhaven van de rechtsstaat en eerbiediging van de menselijke persoonlijkheid, ongeacht afkomst, ras, geslacht of seksuele geaardheid.
5.4
De redactie streeft bij de uitvoering van haar werk steeds objectiviteit en onpartijdigheid na, zowel in berichtgeving als analyse. Ze laat zich leiden door de uitgangspunten van journalistieke zorgvuldigheid en evenwichtigheid.

6. Positie van de hoofdredacteur en directeur van de organisatie

6.1
Het bestuur van de organisatie is als houder van de licenties/websites/social media kanalen overeenkomstig de (Media)wet verantwoordelijk voor het algemeen programmabeleid en voor vorm en inhoud van hetgeen in zijn zendtijd wordt uitgezonden, zowel intern als tegenover derden. Het bestuur van de organisatie delegeert de voorbereiding en samenstelling van de programma’s aan de hoofdredacteur. Het bestuur oefent achteraf en met terughoudendheid controle uit.
6.2
De hoofdredacteur is belast met de voorbereiding, uitvoering, evaluatie en ontwikkeling van het programmabeleid van de organisatie. Hij is met betrekking tot de programma’s verantwoordelijk voor de naleving van Statuten en door bestuur vastgestelde richtlijnen van de organisatie.
6.3
Het bestuur van de organisatie zal de journalistieke onafhankelijkheid van de redactie waarborgen.
6.4
De directie is verantwoordelijk voor het verwerven, accepteren en uitzenden van reclameboodschappen. Zij zal te allen tijde de redactie vrijwaren van verantwoordelijkheid voor inhoud en programmering van reclameboodschappen.
6.5
De directie ziet erop toe dat nieuwsbulletins niet worden gefinancierd door een of meer opdrachtgevers. Zij zal in het algemeen de (hoofd)redactie op generlei wijze verplichten tot het leggen van verbanden tussen de nieuwsberichtgeving en mogelijke belangen van opdrachtgevers, noch ten gunste noch ten nadele van die laatste(n).
6.6
In alle gevallen dat de directie weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een directionele beslissing direct of indirect van invloed kan zijn op objectiviteit, geloofwaardigheid, kwaliteit of karakter van een programma, pleegt zij vooraf overleg met de hoofdredacteur.

7. Positie van de hoofdredactie en de redactie

7.1
De hoofdredactie van de organisatie bestaat uit de hoofdredacteur. Hij/zij wordt bij afwezigheid vervangen door de eindredacteur. De eindredacteur is in de dagelijkse
operatie verantwoordelijk voor de uitvoering van het redactionele beleid. Intern en op diens verzoek vertegenwoordigt hij/zij de hoofdredacteur in journalistieke zaken.
7.2
De hoofdredactie zal zich bij de uitoefening van haar taak laten leiden door de bepalingen in dit statuut.
7.3
De hoofdredactie draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud of het karakter van enige uitgezonden reclameboodschap.
7.4
De directie zal niet overgaan tot ontslag van enig lid van de redactie dan na overleg met de hoofdredactie.
7.5
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.2 van dit statuut, belegt de hoofdredactie zeker tweemaal per jaar een plenaire redactievergadering waarin zij uitleg geeft over het redactionele beleid: journalistieke uitgangspunten, programmatische plannen en besteding van het redactiebudget. Wanneer de redactie een omvang bereikt van veertien personen (fulltime dienstverbanden en parttime dienstverbanden van minimaal 50 procent) wordt een gekozen redactieraad gevormd. Over de werkwijze van de redactieraad zie artikel 9.

7.6
Leden van de redactie zullen, zonder schriftelijke toestemming van de directie en hoofdredactie, geen contacten onderhouden met bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen, gericht op het totstandkomen van enige zakelijke of persoonlijke samenwerking met genoemde bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen.
7.7
Leden van de redactie zullen hun eventuele politieke en /of levensbeschouwelijke overtuiging niet zodanig uitdragen, dat hun journalistieke onpartijdigheid en die van de omroep in het gedrang kan komen.

7.8 Het gebruik van de naam van de omroep, van de naam van afzonderlijke programma’s of onderdelen hiervan, voor eigen gewin van redactieleden, is strikt verboden zonder schriftelijke toestemming van directie en hoofdredactie.

8 Overleg en advies

8.1
De partijen die aan dit statuut gebonden zijn, verklaren het hoogste belang te hechten aan goede werkverhoudingen tussen journalistieke en niet-journalistieke medewerkers, alsmede tussen journalistieke medewerkers onderling. Zij erkennen het belang van onderling overleg in situaties die daar om vragen.
8.2
De hoofdredactie overlegt tenminste twee keer per jaar met de redactie of, indien ingesteld, de redactieraad over de hoofdlijnen van het programmabeleid, de redactionele formatie en het redactionele budget.
8.3
Tot de redactievergadering worden allen toegelaten die onder op grond van een arbeidsovereenkomst onder verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren (zie artikel 3.1 begripsbepaling)
8.4
De vaste medewerkers bepalen welke losse medewerkers (niet werkend op arbeidscontract) toegelaten worden tot de redactievergadering (inclusief stemrecht bij verkiezing redactieraad)
8.5
Over besluiten die van invloed zijn of van invloed kunnen zijn op het redactionele beleid van de omroep zal de directie en hoofdredactie voorafgaand advies vragen aan (een vertegenwoordiging van) de redactie (hierna te noemen: de redactieraad). Het betreft o.a. plannen tot wijziging van de beginselen en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het redactionele beleid of de positie van de redactie en hoofdredactie. Ook reorganisatieplannen, redactionele samenwerkingsverbanden, fusies c.q. andere eigendomsverhoudingen van de organisatie vallen hieronder.
8.6
Indien de directie c.q. een nadere beslissende instantie in de organisatie vervolgens van dit advies afwijkt, brengt zij schriftelijk en gemotiveerd de redenen die hiertoe hebben geleid ter kennis van de redactieraad. De uitvoering van dit besluit heeft, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten, niet eerder plaats dan 14 dagen na de dagtekening van deze motivering en in het geval binnen die termijn door de redactieraad een kortgeding aanhangig is gemaakt over de toepassing van de procedure- voorschriften, niet eerder dan nadat in die zaak uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank. Geschillen over toepassing van de procedure- voorschriften kunnen ook bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt, doch in dat geval geldt voornoemd opschortingsrecht niet.
8.7
Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit statuut, zal de hoofdredactie in geen geval overleg met (een vertegenwoordiging van) de redactie ontwijken of weigeren.
8.8
Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit statuut, zal de directie in geen geval overleg met de hoofdredactie ontwijken of weigeren.

9. De redactieraad

9.1
Er is een redactieraad, die wordt gevormd door drie vertegenwoordigers gekozen door de redactievergadering uit de redacties. De redactieraad kiest uit haar midden een voorzitter en secretaris. Lidmaatschap van de ondernemingsraad en de redactieraad zijn onverenigbaar. De redactieraad komt periodiek bijeen, doch tenminste twee maal per jaar om met de hoofdredacteur o.m. de hoofdlijnen van de programmering te bespreken.
De redactieraad wordt bijeengeroepen door de voorzitter. Hij doet zulks in elk geval op verzoek van een meerderheid van de gekozen leden van de redactieraad en in het geval dat inzake de persoonlijke verantwoordelijkheid van een redactielid of meer redactieleden deze zich tot de redactieraad wendt of wenden. De redactieraad spreekt zich uit bij gewone meerderheid van stemmen van de gekozen leden. Van de vergadering wordt een verslag gemaakt, dat in de volgende bijeenkomst wordt goedgekeurd.
9.2
De redactieraad is verantwoording schuldig aan de redactie. De redactie bestaat uit degenen die blijkens een schriftelijke arbeidsovereenkomst – ongeacht de aard en de duur van het dienstverband – als journalist door de omroep zijn aangesteld en onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren.
9.3
Indien de redactie, in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, als oordeel uitspreekt, dat de redactie door de zittende redactieraad niet meer naar behoren wordt vertegenwoordigd, treedt de redactieraad af. Voor het nemen van rechtsgeldige besluiten door een redactie is de aanwezigheid vereist van tweederde van de leden.
Indien de redactie een uitspraak wil doen is daarvoor een meerderheid van der uitgebrachte stemmen vereist.

10. Rechten van de leden van de redactie

10.1
Wanneer een programmamedewerker ernstige gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht, danwel de opdracht in strijd acht met de journalistieke grondbeginselen, zoals omschreven in artikel 5 van dit statuut, kan een dergelijke opdracht weigeren. Indien hij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredactie ter zake te nemen of genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de redactieraad om een uitspraak.
10.2
Wanneer de hoofdredactie besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een programma, dient de betrokken programmamaker tijdig in kennis gesteld te worden. De betrokken programmamedewerker(s) kan/ kunnen verlangen dat het programma c.q. de programmabijdrage niet wordt uitgezonden. Indien door de hoofdredactie niettemin tot uitzending wordt besloten, zal het programma niet van de naam van de betrokken programmamaker(s) kunnen worden voorzien. Als de betrokken programmamaker(s) het niet met de genomen beslissing eens is (zijn), kan (kunnen) hij (zij) zich achteraf wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak.
10.3
Wanneer de hoofdredactie besluit om een programma niet uit te zenden, kan (kunnen) de betrokken programmamaker(s) zich eveneens achteraf voor een uitspraak wenden tot de redactieraad.
10.4
Wanneer de hoofdredactie besluit tot het heruitzenden van een programma of programmaonderdeel of toestemming verleent aan een derde partij tot heruitzending of openbaarmaking op welk medium dan ook, dient de betrokken programmamaker om toestemming gevraagd te worden. Deze toestemming zal slechts onthouden kunnen worden om redenen van principiële aard, verband houdende met het journalistieke karakter, de aard of richting van het andere publiciteitsorgaan. Van dit toestemmingsvereiste kan slechts worden afgeweken, indien de actualiteitswaarde het voorafgaand verzoek niet toelaat. In dat geval zal de betrokken programmamaker zo spoedig mogelijk in kennis gesteld worden van de heruitzending of openbaarmaking. Indien de hoofdredactie zich niet houdt aan de vooromschreven procedure kan de betrokken programmamaker(s) zich voor een uitspraak wenden tot de redactieraad.
10.5
Wanneer de hoofdredacteur meent een uitspraak, zoals hierboven bedoelt van de  redactieraad niet te kunnen aanvaarden, maakt hij zijn standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactieraad.

11 Benoeming en ontslag van de hoofdredacteur

11.1
De hoofdredacteur van de organisatie wordt benoemd en ontslagen door het bestuur.
11.2
Het bestuur zal geen beslissing tot benoeming nemen voordat een redactievertegenwoordiging in de gelegenheid is gesteld over de voorgenomen benoeming aan haar een advies uit te brengen. Dit advies heeft een zwaarwegend karakter; het negeren ervan dient het bestuur schriftelijk te motiveren.
11.3
Bij een voorgenomen ontslag van de hoofdredacteur om programmatische redenen, moet voorafgaand overleg gevoerd worden met een door de redactie benoemde vertrouwenscommissie of met de redactieraad als die er is. De redactieraad heeft tevens het recht tot voordracht voor ontslag van de hoofdredacteur.

12. De begroting

12.1
De begroting wordt vastgesteld door het bestuur, op voorstel van de directie, na overleg met de hoofdredactie.
12.2
Tijdig voordat de directie de begroting aan het bestuur voorlegt, wordt deze aan hoofdredactie en redactieraad voorgelegd voor wat betreft de posten die rechtstreeks betrekking hebben op programmatische werkzaamheden. Het verslag van deze bespreking wordt met de begroting aan het algemeen bestuur voorgelegd. Indien de directie van de organisatie voorstellen van de hoofdredacteur niet in de conceptbegroting opneemt, dient de directie bij de aanbieding van de begroting aan het algemeen bestuur, de hoofdredacteur in de gelegenheid te stellen zijn opvattingen kenbaar te maken.

13. Samenwerking, fusie, overdracht en overname

13.1
Ingeval van plannen voor het samengaan van de omroep met enige andere onderneming, dan wel het overdragen van een meerderheidsbelang of de feitelijke zeggenschap aan een andere organisatie, zullen de hoofdredactie en de redactie op een zo vroeg mogelijk tijdstip worden geïnformeerd en zal (een vertegenwoordiging van) de redactie voorafgaand om advies gevraagd worden (zie artikel 8.5).
13.2
Directie en bestuur zullen alles doen om de werking van dit statuut te garanderen, ook als zich situaties voordoen als in het vorige lid bedoeld.

14 Geschillen

14.1
Bij geschillen, direct samenhangend met de bepalingen van dit programmastatuut, kunnen betrokkenen een bindend oordeel vragen aan een onafhankelijke beroepscommissie. Deze commissie bestaan uit een lid aangewezen door het bestuur, een lid uit of aangewezen door de redactie en een door de betrokken partijen aan te wijzen onafhankelijke commissievoorzitter.
14.2
Een beroepsprocedure heeft geen schorsende werking ten aanzien van een directiebesluit, tenzij partijen anders overeenkomen.

15 Slotbepaling

15.1
Dit statuut treedt in werking na inhoudelijke overeenstemming tussen de organisatie en haar medewerkers, gevolgd door instemming van een tweederde meerderheid van de redactie.
15.2
Dit statuut maakt automatisch deel uit van de arbeidsovereenkomst/vrijwilligersovereenkomst die tussen de directie van de organisatie en de individuele leden van de redactie is gesloten.
15.3
Aangelegenheden die voortvloeien uit dit programmastatuut doch waarin dit statuut niet voorziet, kunnen worden geregeld in een reglement voor de redactievergadering resp. redactievertegenwoordiging.
15.4
Wijziging van dit statuut kan slechts met instemming van alle betrokken partijen: directie, hoofdredactie, bestuur en redactie. Instemming van de redactie vereist een gewone meerderheid van de redactieleden. Indien geen instemming bereikt wordt, heeft het bestuur van de organisatie het laatste woord.
15.5
Dit statuut laat onverlet hetgeen partijen bindt krachtens de regels van het arbeidsrecht.
15.6
De werkwijze van de redactieraad dient nader te worden geregeld in een huishoudelijk reglement, dat na ondertekening onderdeel uitmaakt van dit statuut.